Zuster
Ik zag mijn zuster wenen. Droppels snot druppelden het afwaswater in. De radio speelde jazz. Ik dacht aan huiswerk maken, maar ik wist dat ik aan mijn zuster moest denken.
'Gaat het?' vroeg ik. Ze schudde van nee. Stomme vraag ook.
Ons moeder zat op de koer, een boekje te lezen. Ze zag haar dochter wenen.
'Komt eens hier, bij uw moeder zitten.'
'Nee.'
'Maar komt nu eens hier.'
'Nee moeder. Laat me maar.'
Ons moeder zei niets meer en las verder, althans, zo leek het.
Ons vader kwam beneden. Hij zag zijn dochter wenen. De radio speelde nog steeds jazz. Ik moest plots denken aan het afwasmachien dat ik eens met mijn zuster speelde.
'Kijk vader. Wij zijn een machien. Ziet ge dat?' zei ik. Ons vader keek en knikte goedkeurend. En dat begreep ik wel.
'Gaat het?' vroeg hij aan mijn zuster. Alweer nee.
'Maar wat is er dan?'
'Niets. Helemaal niets.'
'Laat ons even alleen', zei hij tegen mij. Mijn zuster knikte nee.
'Jawel.'
Ik ging naar buiten, naast ons moeder zitten. Zij begon over Britney. Dat las ze in de boekskes en vond het interessant.
'Waar is uw vader?' vroeg ze me plots.
'Binnen.'
'Waarom?'
Wat moest ik zeggen?
'Hij houdt niet van de zon en het weer. Liever van mijn zuster.'
Ze staarde voor zich uit. Binnen hoorde ik gegil en gebulder.
Het ging een tijd door.
Daarna niets meer.
Alleen de jazz. Op de radio.
Morgen zal ik mijn zuster zien wenen. Tijdens de afwas of het eten. En ik zal vragen: 'Gaat het?' en ze zal nee knikken. Wat een stomme vraag toch ook. Maar ik zeg het alleen omdat iedereen dat steeds vraagt.
En ons vader zal naar beneden komen. En ons moeder praten over Britney.
Zuster. Trien. Afwasmachien. Komt hier.